Lieke: “De eerste jaren heb ik geen hulp gezocht. Ik wilde gewoon doorleven en geen aandacht besteden aan de overgang. ‘Ik was toch niet ziek?’ Lange tijd sliep ik maar drie uur per nacht. Dan lag ik te piekeren. Soms had ik last van nachtzweten. Ik heb bij dat slechte slapen nooit gedacht aan de overgang. Mijn huisarts heeft dit ook nooit benoemd. Uiteindelijk had ik nergens meer energie voor en kwam ik met een burn-out thuis te zitten.”
Een andere huisarts
“Inmiddels was ik wel overgestapt naar een andere, vrouwelijke huisarts die meer tijd voor mij had. Zij heeft toen medicijnen tegen stemmingsklachten voorgeschreven. Van die pillen werd ik suf maar het hielp me wel om weer in slaap vallen.”
Opvliegers
Lieke had de afgelopen periode verschillende banen en sprak met haar leidinggevenden niet over de overgang. “Drie jaar geleden kwamen de opvliegers erbij. Ik weet de eerste keer nog, toen had ik een gesprek met mijn leidinggevende. Hij heeft dat niet gemerkt. Met een man praat je toch lastiger over de overgang, ik voelde daar weinig begrip.”
Door die opvliegers was de overgang nu ook voor anderen zichtbaar. “Ik schaamde me dood. Toen heb ik meteen een afspraak met de huisarts gemaakt en ben ik met een behandeling gestart. Ik had daar achteraf wel wat meer uitleg over willen krijgen. Ik hoor nu van mogelijkheden waar ik toen geen weet van had.”
Ik dacht: het hoort erbij
“Achteraf gezien heb ik jarenlang ontzettend gerommeld met mijn mentale welzijn en gezondheid. Ook omdat ik dacht, het hoort bij het vrouw zijn. Ik wilde me niet aanstellen. Ik heb afgelopen acht jaar ooit éen zomer gehad dat ik mij perfect voelde. Toen dacht ik: Wauw, er zijn mensen die zich altijd zo voelen.”
“Met de kennis van nu over de overgang, zou ik veel eerder hulp zoeken. Het had mij ook geholpen als er wat normaler over de overgang werd gedaan. Het taboe en de schaamte hebben een goede begeleiding zeker ook in de weg gestaan.”